offline

Johannes van den Akker: ‘Vasten van sociale media is saai en niet sociaal’

johannesOok deze Vastentijd (of Veertigdagentijd) doen mensen het weer: vasten van sociale media. Ze gebruiken komende weken minder Twitter, Facebook en Instagram of zijn er totaal afwezig.

Enkele jaren geleden vastte ook Johannes van den Akker – inmiddels abt van het Amsterdamse Kleiklooster – 40 dagen van sociale media. Over hoe dit hem beviel, blogde hij naderhand op Social Missie. Met toestemming van Johannes plaatsen wij zijn blog opnieuw.

Iets meer dan 40 dagen geleden schreef ik hier op Social Missie waarom je wel of niet zou moeten vasten van sociale media. Ik heb het gedaan, maar het is me niet goed bevallen. Ik zal uitleggen waarom.

Het had vele voordelen…

Natuurlijk had het vele voordelen, het thuisfront was blij dat ik wat minder vaak met m’n telefoon in de weer was, ik kon niet acuut mijn mening spuien over allerhande zaken en ik had meer rust voor het lezen van boeken, kranten en artikelen voor m’n studie. Kortom, ik liet me (sociaal) beperken tot mijn fysieke omgeving en hoefde dat niet uit te breiden met een digitale omgeving.

En toch is het me niet goed bevallen

Het belangrijkste nadeel was dat je veel zaken minder (intensief) meemaakt. Bijvoorbeeld het gemeenschapsleven van de gemeenschap waar ik bij hoor, Stroom Amsterdam. Zonder Facebook werd mijn deel van het gemeenschapsleven beperkt tot de fysieke ontmoetingen; ik heb gemerkt dat dat ineens wel heel weinig is.

Je mist verjaardagen, je mist geboortes (ja, na een paar dagen ben je er wel van op de hoogte), je mist hulpvragen voor activiteiten rondom Stroom, je mist het hele voorbereidingstraject / toeleven naar de Stille Week. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mijn participatiegraad binnen de gemeenschap was simpelweg op een erg laag pitje gezet. Of de anderen dat gemerkt hebben? Misschien niet, maar dat is niet zo belangrijk.

In m’n eentje tv kijken

Een ander nadeel in dit verlengde: met sommige tweeps ‘trek je bijna dagelijks op’ en deel je wat je bezighoudt of opvalt of stoort of inspireert of… En met sommigen doe ik dat al zo’n vier jaar. En dan stopt dat ineens.

En als laatste. De afgelopen veertig dagen heb ik alleen, in ‘m’n eentje’ TV gekeken. Althans, zo voelde dat. Want ik kon niet met anderen bespreken of becommentariëren wat ik zag. Ik kon niet lezen wat anderen vonden van gesprekken en interviews.

Het was saai

Maar daarom ook niet sociaal? Onder andere. Maar ook omdat er tegenwoordig zo veel op internet staat en wordt gepubliceerd dat je elkaar nodig hebt om op de krenten in de pap gewezen te worden. En te wijzen. Jullie hebben een hoop gemist aan boeiende artikelen die ik heb gelezen en niet heb kunnen delen :-).

Het had invloed op mijn ‘belonging’

Gerard Delanty merkt in zijn boek ‘Community’ op dat communicatie als medium de belangrijkste expressie is van ‘belonging’. Ik heb gemerkt dat dat klopt. Het had invloed op mijn belonging ten opzichte van Stroom, vrienden op Twitter en Facebook.

Ja, er wordt nog al eens besmuikt gesproken over het sociale van sociale media. En dat snap ik best. Natuurlijk doe je je soms beter voor dan je bent, maar dat doe je voor de telefoon ook. En natuurlijk zijn er gradaties in vrienden op Facebook, maar ook die gradaties zijn op een feestje prima aan te wijzen.

Waarom ik hier nog weer eens dat sociale onderstreep? Omdat ik heb gemerkt dat het van groter belang is in ons hedendaagse repertoire van sociale vaardigheden dan vaak wordt gedacht. Nee, dat geldt niet voor iedereen. Maar ja, dat geldt wel voor een steeds grotere groep mensen.

En niet te vergeten – dit is immers een blog voor onder andere voorgangers en dominees – dat geldt ook bij jou in de kerk. Belonging, ook middels Facebook en Twitter. Hou je daar rekening mee?

twitter

‘Experimenteer als kerk minstens een halfjaar met Twitter’

Foto EstherKerken lijken niet goed raad te weten met Twitter en maken er daarom weinig actief maar vooral effectief gebruik van. Dat is jammer, vindt Esther de Hek, lid van het projectteam van Kerk-zijn online en zelf actief twitteraar.

Kerken zouden volgens Esther minstens een halfjaar actief op Twitter moeten zijn om zelf te ontdekken welke mooie kansen dit sociale medium de kerk biedt.

Twitter is in Nederland een bekend sociaal medium, 2,6 miljoen Nederlanders hebben een account. Vergeleken met Facebook (9,6 accounthouders in Nederland) is Twitter echter een kleintje en – niet onbelangrijk – ook een ingewikkelder sociaal medium.

Ik merk dat veel mensen het nut van Twitter niet inzien en twitteren daarom verspilde tijd vinden. Dat is jammer, vooral omdat er zo voor bepaalde gebruikersgroepen kansen blijven liggen. Bijvoorbeeld voor kerken.

Van interactie is nauwelijks sprake, er wordt vooral gezonden.

Tweets van kerken zijn heel vaak saai

Predikanten hebben afgelopen jaren Twitter wel ontdekt, een aanzienlijk deel van hen twittert dan ook. Maar kerken zelf – dus lokale kerkelijke gemeenten – lijken niet goed raad te weten met het sociale medium. Ze hebben wel accounts maar:

  • op meer dan de helft gebeurt niets (‘slapende accounts’);
  • ze tellen vaak minder dan 100 volgers;
  • van interactie is nauwelijks sprake, er wordt vooral gezonden;
  • de tweets zijn heel vaak saai.

We volgen eerder de predikant

Dat dit het beeld is, moeten we eerlijk onder ogen zien en niet wegwuiven. Een persoonlijk Twitter-account effectief inzetten vraagt visie, tijd en energie, een ‘zakelijk account’ zonder persoonlijk gezicht nog veel meer. Want daar zit de eerste hobbel voor een kerkelijke gemeente die present is op het sociale medium Twitter: de zogeheten ‘likeability’ van mensen op sociale media is veel groter dan van organisaties, zo blijkt. We volgen op Twitter dus eerder de predikant van een kerkelijke gemeente dan het account van de gemeente zelf.

Twitter is een handig medium om informatie en opinies te delen en biedt zo kansen om kerk midden in de samenleving te zijn.

Minstens een halfjaar actief experimenteren met Twitter

Toch is het een gemiste kans voor kerken om Twitter te parkeren als moeilijk of onbruikbaar sociaal medium. Kerken die zich online beter en effectiever willen presenteren (en daar ondersteunt Kerk-zijn online kerken bij) doen er goed aan minstens een halfjaar lang actief te experimenteren met een eigen Twitter-account.

Waarom?

  1. Twitter kan de online communicatiekracht en het profiel van een kerk flink versterken.
  2. Ook is het een ideaal medium om als kerk (publieke) informatie van bijvoorbeeld je website en Facebook-pagina nog een keer te delen via de hyperlink naar die informatie.
  3. Twitter kan lokale kerken van dienst zijn bij het contact onderhouden (via interactie) met diverse doelgroepen, onder andere geïnteresseerde niet-kerkleden.
  4. Daarbij is het een handig medium om informatie en opinies te delen en biedt zo kansen om kerk midden in de samenleving te zijn.

Relevantie van je content is inmiddels bijna het belangrijkste voor je effectiviteit op sociale media.

Hoe pak je dit aan?

Natuurlijk moet je zo’n Twitter-experiment van een halfjaar niet out of the blue als kerk gaan opzetten. Daar gaat een traject aan vooraf, zoals doelgroepbepaling en nagaan wat relevant is om via Twitter naar buiten te brengen (relevantie van je content is inmiddels bijna het belangrijkste voor je effectiviteit op sociale media).

In een vervolg op dit blog geef ik enkele handzame, werkbare tips om als lokale kerk te (her)starten met effectief twitteren. Mijn streven is om de gebruiksdrempel zo laag mogelijk te houden; kerken hebben immers geen social-media-managers in dienst die hun online presentie regelen.

1 tip alvast:

  • Geef het Twitter-account van een lokale kerk een gezicht door in de Twitter-bio te vertellen wie er namens het account twittert (bijvoorbeeld de gemeentepredikant en een andere actieve, capabele twitteraar uit de gemeente).
gedragdscode

Gedragscode of regels voor kerken op sociale media nodig?

Hoe gedraag jij je als kerkelijke vertegenwoordiger op sociale media? Zijn er spelregels of zelfs een gedragscode nodig?

Uiteindelijk kiest iedere predikant, ambtsdrager of jeugdleider een eigen stijl op sociale media en deelt wat hij/zij denkt dat goed is om te delen. Zo simpel is het uiteindelijk. Dit roept onder andere de vraag op of er een gedragscode moet komen voor het gebruik van sociale media door mensen die voor de kerk werken.

De Christelijke Gereformeerde Kerken (waar ik deel van uitmaak) hebben zo’n gedragscode niet. De Protestantse Kerk Nederland (PKN) heeft er wel één, zij het dat het een ‘handreiking’ heet. De ‘Handreiking voor predikanten en kerkelijk werkers voor het gebruik van sociale media’ is als appendix toegevoegd aan de ‘Beroepscode en gedragsregels voor predikanten en kerkelijk werkers’. Je vindt de beroepscode hier.

Gebruik smileys en wees bescheiden

De handreiking bevat mooie en zinvolle adviezen voor iedere kerkelijke vertegenwoordiger die sociale media gebruikt. Een paar dingen licht ik eruit:

  1. Denk na over je online identiteit als ambtsdrager. Wees bijvoorbeeld voorzichtig met het bekritiseren van personen en maak in je profiel duidelijk hoe jij je verhouding tussen werk en privé ziet. En denk om je taalgebruik: wees netjes, maar spreek geen kerkelijke geheimtaal.
  2. Gebruik smileys. Op die manier kun je emotie meegeven aan je berichten en misverstanden voorkomen.
  3. Wees bescheiden: sociale media hebben het gevaar van narcistisch gebruik in zich. Door juist aandacht te hebben voor anderen en voor hen ruimte te scheppen voorkom je dat je narcisme voedt.

Nog 5 andere adviezen

De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben wel een algemene gedragscode voor predikanten en kerkelijk werkers. Verschillende elementen daaruit zijn zonder meer relevant voor het gebruik van sociale media. Ik noem:

  1. Sta open voor kritiek. Dat geldt online evenzeer als offline. Sociale media hebben wat dat betreft een behoorlijk zelfreinigend vermogen voor wie er voor open staat.
  2. Let op een gezonde verhouding tussen afstand en nabijheid ten opzichte van mensen die aan je zorg zijn toevertrouwd. De grenzen die je in dit opzicht in het gewone verkeer met gemeenteleden hanteert – bijvoorbeeld het niet te veel onderhouden van privécontacten met personen van het andere geslacht of met jeugd – zijn online minstens zo belangrijk.
  3. Houd vertrouwelijk wat vertrouwelijk is. Uit je op sociale media nooit over pastorale contacten.
  4. Neem verantwoordelijkheid voor je gezin. Laat sociale media niet allesbeheersend worden. Je telefoon regelmatig uitzetten of op de werkkamer laten liggen is een goede manier om je gezinsleden de aandacht te kunnen geven die ze verdienen.
  5. Wees je bewust van je voorbeeldfunctie: als ambtsdrager en gelovige ben je een navolger van Christus.

Is een gedragscode nodig?

Ik zou niet pleiten voor nog een gedragscode. Een teveel aan codes kan de illusie wekken dat je met regels ongelukken kunt voorkomen. Beter is het om te werken aan bewustwording van wat het betekent om navolger van Christus te zijn in al je relaties, ook je online relaties.


Tijdens de inspiratiebijeenkomsten van ‘Kerk-zijn online’ in 2015 leidde predikant Wim de Bruin een workshop over hoe vertegenwoordigers van kerken sociale media effectief kunnen inzetten. Zijn presentatie voor de workshop herschreef hij tot een aantal blogs.

ambtelijk

Kies je voor de persoonlijke of de ambtelijke sociale-mediastijl?

Welke stijl gebruik je als predikant, ambtsdrager of andere kerkelijke vertegenwoordiger op sociale media? En waarom?

Ambtsdragers zijn inmiddels veelvuldig op sociale media actief. In hun presentatie op sociale media is vaak goed terug te zien hoe zij omgaan met de verhouding tussen persoon en hun ambt. Houden zij die twee gescheiden? Of zijn ze verweven, geeft bijvoorbeeld een predikant op sociale media ook een inkijkje in zijn gezinsleven?

Foto’s van het gezin

Zelf gebruikte ik al lang voordat ik predikant werd (het toentertijd populaire) MSN, Hyves en ook Facebook. Ik zette het dus persoonlijk in. Ik ben dit blijven doen tijdens het predikantschap. Ik deel bijvoorbeeld regelmatig foto’s van mijn gezin op Facebook, en uit persoonlijke meningen over van alles en nog wat op Twitter. Persoon en ambt zijn bij mij op sociale media verweven.

Een paar opmerkingen daarbij:

  1. Als ik sociale media gebruik, ben ik mij er altijd van bewust dat ik predikant ben. Soms heeft dat gevolgen voor de manier waarop ik op iemand reageer. Soms heeft het gevolgen voor de vraag of ik iets al of niet deel.
  2. Ik probeer mij (ook) op sociale media altijd te realiseren dat de manier waarop ik mij presenteer invloed heeft op de manier waarop anderen tegen de kerk aankijken. En, nog belangrijker: tegen het christelijk geloof aankijken.
  3. Hoe dan ook gaat het persoonlijk gebruik bij mij sterk boven het ambtelijk gebruik. Dat laat ik ook zien in mijn Twitterprofiel. Het heeft ongetwijfeld te maken met mijn ambtsvisie: ik zie mezelf als een persoon die een ambt draagt. Het persoonlijke gaat aan het ambtelijke vooraf.

Wat is beter?

Ik kom ook collega’s tegen die sociale media vooral ambtelijk gebruiken. Sommigen zijn daar strikt in en zullen bijvoorbeeld nooit iets persoonlijks delen of een sterke mening uiten. Anderen zijn er iets losser in en laten wat meer van zichzelf zien.

Maar de thema’s waarover ze tweets en berichten delen zijn vooral kerkelijk en christelijk. Hier kan een wat andere ambtsvisie achterzitten; de persoon laat zijn communicatie grotendeels bepalen door het ambt dat hij of zij draagt.

Is een persoonlijke insteek op sociale media beter dan een ambtelijke? Of andersom? Ik blijf daar graag het antwoord schuldig op. Dit is het belangrijkste, denk ik:

  • Voor iedereen die ook namens de kerk op sociale media spreekt, is het van belang om op het oog te houden dat persoon en ambt altijd verweven zijn. Je bent in je vrije tijd nog steeds predikant, ouderling, jeugdleider of christen.
  • Wat je in je privéleven doet, heeft in alle gevallen wel degelijk te maken met hoe mensen tegen jou als christen of ambtsdrager aankijken.
  • Tot slot: denk altijd na over je online identiteit als ambtsdrager. Laat het niet zo maar gebeuren maar maak een keuze: of een meer persoonlijke of ambtelijke sociale-mediastijl.

Tijdens de inspiratiebijeenkomsten van ‘Kerk-zijn online’ in 2015 leidde predikant Wim de Bruin een workshop over hoe vertegenwoordigers van kerken sociale media effectief kunnen inzetten. Zijn presentatie voor de workshop herschreef hij tot een aantal blogs.

doel

Met welk doel gebruik je als kerkelijke vertegenwoordiger sociale media?

Met welke doel kan een predikant, ambtsdrager of andere kerkelijke vertegenwoordiger sociale media inzetten? En voor welke aanpak kies je dan? Predikant Wim de Bruin vertelt in dit blog over zijn ervaringen hiermee.

Gebruik je sociale media, dan kun je er wat mij betreft niet omheen je af te vragen waarom je ze gebruikt. Wat wil je ermee, wat is je doel? Onder collega-predikanten en andere kerkelijke gebruikers zie ik grofweg 5 doelstellingen:

  1. Missionair
  2. Gemeenteopbouw
  3. Jezelf in de markt zetten
  4. Netwerken
  5. Opiniëren

Missionair

Sommige gebruikers van sociale media willen buitenkerkelijken bereiken met het Evangelie. Wat is dan de beste strategie? Een eerste reflex kan zijn het delen van allerlei opbouwende teksten. Maar het is de vraag hoe effectief dat is. Interactie en openstaan voor wat de ander werkelijk drijft, is minstens zo belangrijk. Ook is het noodzakelijk, denk ik, iets van jezelf te laten zien en je niet verschuilen achter een woordenbrij.

Gemeenteopbouw

Ook gemeenteopbouw kan een belangrijk doel van je gebruik van sociale media zijn. Steeds meer kerken hebben bijvoorbeeld een Facebook-groep voor de gemeente. Vooral voor het meeleven met elkaar is Facebook erg effectief. Rond een verjaardag of andere hoogte- en dieptepunten even iets van je laten horen is een kleine moeite, maar wel heel belangrijk.

Jezelf in de markt zetten

Sommige kerkelijke vertegenwoordigers willen bepaalde dingen ‘verkopen’. Bijvoorbeeld een boek, website of cursus. In zo’n geval is het goed om bewust na te denken over hoe je je doelgroep het beste bereikt. Het begint vaak al met iets simpels als een goede #hashtag op Twitter of een duidelijke pagina op Facebook. Daarmee is je product goed vindbaar voor mensen die ernaar op zoek zijn.

Netwerken

Veel predikanten brengen veel tijd alleen op hun studeerkamer doorbrengen. Sociale media zijn bij uitstek geschikt om contacten te onderhouden met collega’s en elkaar op die manier te steunen, soms heel praktisch bij de preekvoorbereiding. Collega’s kunnen goede boekentips hebben bijvoorbeeld. Sommigen omschrijven Twitter daarom wel  als hun ‘praatje bij het koffieautomaat’.

Opiniëren

Sociale media zijn heel geschikt om meningen te uiten. Wil je maximaal effect, formuleer je bericht dan zo puntig mogelijk. Koppel er op Facebook een plaatje aan, mensen klikken namelijk significant vaker op een bericht met plaatje dan een bericht zonder plaatje. Langere meningen kun je het beste uiten via een weblog. Een korte link op Facebook en Twitter met een pakkende titel erbij doet de rest.

Bij welke doel kies ik voor welk sociaal medium?

Facebook is typisch een sociaal medium dat gericht is op onderlinge contacten. Twitter heeft zich afgelopen jaar veel meer ontwikkeld tot nieuwsmedium. Welk sociaal medium je inzet om je doel te gebruiken vraagt bewuste doordenking. Bij een doel als netwerken is de keuze simpeler dan bij missionair-zijn of gemeenteopbouw.

In alle gevallen is het goed om na te denken over de aard van het medium dat je gebruikt. Concreet betekent dit dat ik een foto van mijn kinderen eerder op Facebook deel dan op Twitter. En mijn opinie over wat er in kerk of maatschappij speelt, deel ik juist weer eerder op Twitter.

Een paar tips:

  1. Kies ervoor via sociale media interactief te zijn en relaties aan te gaan. Niets is zo effectief als echt contact leggen met andere mensen. Een open houding voor het perspectief van de ander is daarbij belangrijk. Zo laat je als ambtsdrager en gelovige zien dat je niet alleen (s)preekt, maar bereid bent tot een goed gesprek.
  2. Laat in de interactie vooral iets van jezelf zien. Ook hoe jij als mens worstelt met bepaalde dingen. Of hoe je mening over een bepaald thema tot stand komt. Echte menselijkheid doet het in de praktijk beter dan een mooi profiel waarachter je je verschuilt.
  3. Gebruik je sociale media als instrument voor gemeenteopbouw, denk dan als predikant of ambtsdrager goed na over je opstelling in de online discussies. Realiseer je dat online discussies eerder uit de hand lopen dan offline discussies. Op tijd stoppen is daarom belangrijk om sommige relaties goed te houden. Desnoods spreek je iemand met wie je in discussie was even aan op zondag.

Tijdens de inspiratiebijeenkomsten van ‘Kerk-zijn online’ in 2015 leidde predikant Wim de Bruin een workshop over hoe vertegenwoordigers van kerken sociale media effectief kunnen inzetten. Zijn presentatie voor de workshop herschreef hij tot een aantal blogs.

zenden

Ben je een zender, een sociaal dier, een prikkelaar of een studeerkamergeleerde?

Predikant Wim de Bruin over vier manieren om sociale media in te zetten als predikant, ambtsdrager of andere kerkelijke vertegenwoordiger.

Ik schrijf dit blog als ervaringsdeskundige. Ik was al aanwezig op sociale media vóór mijn predikantschap. Doordat ik veel dingen heb gezien en gedaan, ben ik door schade en schande wat wijzer geworden in het gebruik van sociale media.

4 gebruikersprofielen

Je zou onder vertegenwoordigers van kerken 4 manieren kunnen onderscheiden waarop zij zich op sociale media profileren. Ik baseer mij hierbij op wat ik afgelopen jaren onder vertegenwoordigers van kerken (vooral ambtsdragers) gezien heb. Het is daarom geen wetenschappelijke analyse, maar wel herkenbaar. Dit zijn de profielen:

  • de zender
  • het sociale dier
  • de prikkelaar
  • de studeerkamergeleerde

De zender

De zender gebruikt sociale media om zijn/haar boodschap zo goed mogelijk over te brengen. Sommige predikanten delen bijvoorbeeld wekelijks preekthema’s, soms met extra beeldmateriaal. Anderen delen bijbelteksten, inspirerende blogteksten en korte christelijke overwegingen. Een opvallend kenmerk van deze groep gebruikers is dat ze vaak weinig doen aan interactie.

Het sociale dier

Deze groep gebruikers kiest juist bewust voor veel interactie, die vooral positief is en gericht op de relatie met anderen. Ze laten vaak iets van zichzelf zien, ook in het falen. Dat laatste voorkomt dat hun online identiteit een te zonnig imago krijgt, iets wat niet zou stroken met de werkelijkheid.

De prikkelaar

De prikkelaar houdt van een pittige online discussie. Hij of zij stuurt berichten de wereld in met het doel reactie uit te lokken. Vaak zit er een ironische of zelfs cynische ondertoon in. Tegelijk gaat het vaak gepaard met humor en zelfrelativering. Zonder die laatste elementen loop je met dit profiel het risico van verzuring.

De studeerkamergeleerde

Deze groep, die je ook ‘inhoudelijke gebruikers’ zou kunnen noemen, gebruikt sociale media vooral inhoudelijk. Ten opzichte van ‘de zender’ delen ze minder dingen. Ze doen dit alleen als de informatie echt nuttig is voor anderen.

De inhoudelijke gebruiker gaat veel interactie aan op sociale media, maar vooral op een rustige inhoudelijke manier. Zij lopen het risico ervaren te worden als een studeerkamergeleerde.

Waarom kies je voor welk profiel?

Zender, sociaal dier, prikkelaar of studeerkamergeleerde zullen ieder hun redenen hebben voor de manier waarop zij de sociale media gebruiken. Misschien vinden ze het gewoon prettig en past het bij hen. Maar er kan ook een bewuste strategie achter zitten.

In een volgend blog (dat volgende week verschijnt) ga ik daar dieper op in. Het loont namelijk de moeite om na te denken over jouw doel om sociale media te gebruiken en welk profiel daarbij kan passen.

Laat het weten

Reacties zijn van harte welkom. Mis je een profiel of herken je je in één van de door mij genoemde profielen?  Laat het weten onder dit blog of tweet me.


Tijdens de inspiratiebijeenkomsten van ‘Kerk-zijn online’ in 2015 leidde predikant Wim de Bruin een workshop over hoe vertegenwoordigers van kerken sociale media effectief kunnen inzetten. Zijn presentatie voor de workshop herschreef hij tot een aantal blogs.